Boeing 747-400 Standaard Procedure Gids
Een geÔllustreerde wegwijzer naar een succesvolle vlucht met de PMDG 747

Contents

Om te beginnen

This document is © 2005 - Jared "Smitty" Smith. De vertaling is geschreven op basis van een vrije Nederlandse vertaling door Patrick Bijvoet en Paul Berrelkamp. Dat wil zeggen dat op een groot aantal punten wij de tekst hebben aangepast, om diverse redenen. De vertalers nemen op geen enkele wijze verantwoordelijkheid voor de inhoud en zijn ook niet verantwoordelijk voor enige schade die wordt veroorzaakt hierdoor. Het originele document is te vinden op http://smithplanet.com/fs2004/pmdg/. Antwoorden op de inhoud worden niet door de vertalers of schrijver gegeven. Voor contact met de schrijver, klik op hier. Vertalingen in andere talen alleen in overleg met de originele schrijver.

Iulian Nastasache heeft een Roemeense vertaling geschreven.

VANWEGE DE ENORME HOEVEELHEID MAIL DIE DE SCHRIJVER ONTVANGT OVER DE PMDG 747, IS DE SCHRIJVER NIET LANGER IN STAAT OM ALLE E-MAILS EN HULPVRAGEN TE BEANTWOORDEN. NEEM DAARVOOR CONTACT OP MET PMDG SUPPORT FORUMS. ER ZIJN GEEN PLANNEN VOOR EEN UPDATE VAN DEZE GIDS OF HET ONTWIKKELEN VAN EEN FMC HULPGIDS. DANK U!

verspreiding van deze gids staat vrij, Zolang er een link naar het origineel wordt geplaatst. (Deze moet up to date gehouden worden.) Het origineel staat op: http://smithplanet.com/fs2004/pmdg/index.htm

Een pdf van de originele versie is te downloaden op.

Deze gids:

Deze gids zal niet:

Allereerst, de vertalers hebben de vrijheid genomen om de tekst op diverse punten te wijzigen of aan te vullen. Tijdens de vertaling liepen we tegen een aantal foute interpretaties of beschrijvingen aan, ook is op enkele punten een gewijzigde tekst in het Nederlands beter te begrijpen. Voor de originele tekst verwijzen wij u naar de publicatie in de originele taal. De link vindt u in het grijze vlak hiernaast.

Om te beginnen zal je merken dat de gids op sommige punten afwijkt van de gepubliceerde Normal Procedures checklist. Dit is opzettelijk gedaan om de 747 systemen goed te begrijpen, om tijd te besparen, en om de nadruk te leggen op systemen die het meest belangrijk zijn voor een werkend vliegtuig. (van de vertaler: De route die gebruikt is, is een voorgeprogrammeerde route. Aan de hand van deze gids adviseer ik u om vervolgens te leren om zelf routes te programmeren. Standaard PMDG routes staan op uw harde schijf. (C:\Program Files\Microsoft Games\Microsoft Flight Simulator X\PMDG\FLIGHTPLANS) Ik geloof dat alle procedures en informatie volledig overeenkomen met de feiten, hoewel het vaak makkelijker gemaakt is en niet noodzakelijk in de juiste volgorde staat. Als er iets niet duidelijk is, vraag het dan op een lokaal FS forum of plaats een vraag op het PMDG forum.

Benodigdheden:

Ik (vertaler + schrijver) adviseer om zelf een koud en donker scenario zelf te maken, aangezien er een bug zit in het scenario van PMDG. Het vluchtplan voor deze tutorial is hier te vinden. Zet deze in de map (KLAX-KEDW) C:\Program Files\Microsoft Games\Microsoft Flight Simulator X\PMDG\FLIGHTPLANS. Als dit gedaan is, open FS9 of FSX en maak een vlucht KLAX naar KEDW aan en zorg dat je 747 op KLAX het liefst aan gate I1 voor FS9 of gate 103 voor FSX of een heavy gate geparkeerd staat.

De vluchtvoorbereiding

Je bent zojuist de een koud en donkere cockpit van een 747-400 ingestapt, ťťn van de meest indrukwekkende passagiersvliegtuigen op aarde. Je bent de gezagvoerder op deze korte vlucht van KLAX naar KEDW en bent verantwoordelijk voor het vliegen van het toestel.

Je zal zien dat je toestel volledig uitgeschakeld is. Normaal zal een toestel aan de gate al gedeeltelijk opgestart zijn met de APU of een externe energiebron, omdat onderhoud of het vorige cockpit personeel het zo voor je hebben achtergelaten. Maar vandaag tref je het toestel volledig koud aan, omdat het al een lange tijd aan de gate heeft gestaan.

Om aan de slag te gaan, zullen we eerst het toestel verder moeten opstarten om de basisfuncties van de cockpit aan het werk te krijgen. Open het OVHD panel. De OVHD knop kan je vinden op de panel switcher. Als de panel switcher niet zichtbaar is, klik dan onder het stand-by kompas op het middelste raamkozijn.

De overheadpanel is ruwweg verdeeld in de volgende onderdelen:

Zet de Accu (BATTERIJ) aan.

Klik met links op het batterij knopje om de accu te activeren. Het batterij knopje heeft een beschermingsklepje, dat sluit zodra de accu aan staat. Als het beschermingkapje is gesloten, dan kan je het openen door er met rechts op te klikken. Dit geldt voor alle knoppen met een beschermingskapje. Maar het openen van het kapje is alleen nodig wanneer je de accu uit wilt zetten.  Laat het beschermingsklepje dus gesloten, zodat niet per ongeluk de accu tijdens de vlucht(voorbereiding) wordt uitgezet. De accu moet altijd blijven aanstaan, omdat deze zorgt voor back-up energie voor de meest belangrijke vluchtinstrumenten.

De accu alleen geeft niet voldoende energie om je toestel te bedienen. Het geeft beperkte energie met een tijdslimiet van ongeveer 30 minuten.

Draai de knop STAND-BY POWER naar AUTO.

Je kan de knop draaien door er rechts op te klikken. Alle draaiknoppen kan je draaien naar rechts door rechts te klikken en naar links door links te klikken.

De stand-by power knop vertelt de elektronische systemen waar ze hun elektriciteit vandaan kunnen halen. Als deze knop op OFF staat, zullen maar enkele systemen gebruik maken van de accu. AUTO zorgt er voor dat het volledige elektrische systeem stroom haalt bij de best beschikbare energiebron. Zoals gezegd, de accu zal maar 30 minuten aan energie kunnen leveren. Laat de stand-by powerknop op AUTO, zodat het systeem voor de rest van de vlucht zelf de distributie van de energie zal regelen.

Zet alle 4 de ELEC ENG CONTROL knoppen op NORM.
Zet de BUS TIE knoppen op AUTO.
Zet de GEN CONT (generator control) knoppen op ON.
Zorg ervoor dat de Hydraulic DEMAND pump knoppen op OFF staan.
Zet de ENGINE hydraulic pomp selectors op ON.

De ELEC ENG CONTROL knoppen zorgen ervoor dat het elektrische system de motoren kan bedienen. Deze knoppen hebben ook beschermingskapjes, daarom moet je eerst rechtsklikken om ze te openen. Zorg ervoor dat het kapje gesloten is als je klaar bent met de bediening. De motoren van de 747 worden primair bediend door het elektronische systeem en niet door de hydraulische of pneumatische systemen. Als het elektrische engine controle systeem van een motor uitvalt, kan je deze knop opnieuw indrukken om een ALTN (vervangend) elektrisch systeem te selecteren.

De BUS TIEs zorgt dat energie op een correcte manier door alle systemen van het vliegtuig loopt.  De 747 heeft meerdere elektrische systemen en veel back-up systemen voor als er iets fout mocht gaan met de regulieren systemen.

Het aanzetten van de  GENerator CONTrol knoppen zorgt ervoor dat de motor generatoren elektrische energie leveren aan het hele systeem. Maak je geen zorgen als OFF in de GEN CONT knopjes brandt, dit geeft alleen maar aan dat het systeem op dit moment uit staat. Dit is ook logisch, want je motoren staan nog uit. Je zal zien dat, wanneer de motoren gestart zijn, het systeem automatisch op On schakelt.

Normaliter wordt het hydraulische systeem van het vliegtuig onder druk gezet en gehouden door de motoren. Als een motor uitvalt, zal het hydraulische systeem door de bleed air of het elektrische systeem van energie worden voorzien. Omdat de motoren en bleed air op dit moment nog niet beschikbaar zijn, zetten we de Hydraulic DEMAND pump knoppen op OFF om ons er van te verzekeren dat het elektrische systeem niet onnodig gebruikt wordt om het hydraulische systeem onder druk te houden. 

Zet EXT PWR 1 en, indien beschikbaar, EXT PWR 2 aan.

External power wordt aangevoerd door een kabel die van buiten op je toestel is aangesloten. Het toestel is dan op het elektrische systeem van de luchthaven aangesloten. In de knop brandt AVAIL als external power beschikbaar is. Grond power is alleen beschikbaar als je geparkeerd staat op een luchthaven, als je parking brake aan staat (CTRL + .) en motor 3 uit staat. External Power 2 is maar op een beperkt aantal luchthavens en niet op alle gates beschikbaar. Als het beschikbaar is, zet het dan aan. Zo niet, maakt dat niet veel uit, omdat 1 bron in principe genoeg is.

Wanneer in de 747 de EXT PWR knoppen aan staan, lichten er 2 verticale lijnen op de knop, met in het midden het woordje ON.

Het cabinepersoneel is inmiddels ook gearriveerd. Om hen in staat te stellen hun werk te doen, moet je de knoppen UTILITY L en R inschakelen. Dit levert elektriciteit aan de verlichting in de cabin, de boordkeukens, maar ook aan de deuren en diverse andere systemen. Zonder het aanzetten van deze knoppen kunnen de cargo- en bagagecompartimenten ook niet geopend worden. 

Je 747 heeft nu elektrische energie. De president directeur van de maatschappij waarvoor je vliegt zou het ook erg op prijs stellen als je - vooral in de avond - de LOGO verlichting aanzet. Op deze manier maak je direct wat reclame met je mooie 747. Als het donker wordt of is, zet dan ook je NAV verlichting aan. De winglights is inspectieverlichting. Deze zet je aan als het donker is tijdens de inspectie van je toestel. Verder zal je deze nog aanzetten tijdens het taxiŽn, de takeoff en de landing.

De externe lichtknopjes kunnen links onder op het OVHD paneel gevonden worden. De BEACON verlichting laten we nog even uit tot we klaar zijn voor de Push back en beginnen met de taxi procedure. De STROBE verlichting zet je pas aan op het moment dat je klaar bent voor je takeoff.

De cockpitverlichting kan je aanzetten naar wens. Dit kan je doen door middel van 3 lichtknopjes (CKT BKR OVHD PANEL, GLARESHIELD PANEL/FLOOD, and DOME) deze kan je vinden linksonder op het OVHD paneel. Klik rechts om de verlichting naar wens aan te passen en links om ze weer te dimmen. Rechts naast de DOME zit nog de AISLE STAND PANEL FLOOD knop voor je middenconsole waar je radio, throttle etc zitten.

 

Als het buiten daglicht is, dan zullen deze knoppen weinig uitmaken. De STORM knop zorgt voor een snel mechanisme om alle cockpitverlichting tot maximum te draaien. Deze kan worden gebruikt in slecht weersituaties om verblinding te voorkomen. Echter in de PMDG 747 werkt deze knop niet. 

ARM de emergency lights. Dit doe je door rechts te klikken op de beschermingsklep, nadat je de switch met links in de armed positie hebt gezet. De emergency lights knop bevindt zich bovenaan op je OVHD paneel, het kan zijn dat de beschermingsklep al dicht zit, dan moet je deze eerst openen. Ook kan het zijn in de PMDG 747, dat je panel switcher eroverheen zit, die moet je dan even opzij schuiven. Vergeet daarna de panel switcher niet terug te zetten.

Verzeker je ervan dat alle vluchtcontrole handels juist zijn gepositioneerd. Zorg er voor dat je flaps up zijn, je landingsgestel DOWN en je fuelswitches off. Dit is de tijd om je toestel van buiten te gaan inspecteren.

De volgende stap is het uitlijnen van je IRS (Inertial Reference System). Het IRS  Systeem bestaat uit 3 gyros. Deze gyros registreren de kleinste beweging van het vliegtuig in welke richting dan ook. Ze sturen informatie naar de vluchtcomputers dat het vliegtuig in beweging is, in welke richting en met welke snelheid. De IRS is het primaire systeem die het navigatie- en het automatische vliegcontrolesysteem informatie geeft over de exacte positie van je vliegtuig. Om goed te kunnen werken moet het  Inertial Reference System (IRS) eerst uitgelijnd worden, zodat het exact weet waar het toestel zich op dat moment bevind. Dit kan alleen gedaan worden als het toestel stilstaat op de grond.

Zet alle 3 de IRS schakelaars op OFF. Daarna draai ze met 1 klik naar NAV en dan terug naar ALIGN. Direct van OFF naar ALIGN kan niet. Je moet dus vanuit de OFF positie 1 keer rechts en 1 keer links klikken. De IRS start nu het hele systeem op.

Het uitlijnen van de IRS duurt rond de 10 minuten. Maar dit kan voor een simulatie aangepast worden, via het PMDG menu onder Add on (FSX). (PMDG... General... Options... IRS). Aangezien het een tijdje duurt voordat het hele vliegtuig startklaar is gemaakt, is 10 minuten helemaal niet zo lang en adviseer ik je het gewoon te laten staan. Denk er aan, zolang je IRS aan het uitlijnen is, mag je het toestel NIET in beweging brengen.

Voordat de IRS goed kan worden uitgelijnd, moet je het vertellen waar je toestel is.

Open de FMC  door op de FMC knop te drukken op de panel switcher. Klik op de FMC knop op LSK (Line Select Key) 1L (Dit betekent de eerste knop links boven naast het scherm.) Klik IDENT op LSK 1L. Verzeker ervan dat de FMC accurate informatie over je huidige toestel weergeeft. Klik POS INIT op LSK 6R. De POS INIT pagina van de FMC geeft je de mogelijkheid om je huidige positie te bepalen en/of in te voeren.

Op de bovenste regel staat LAST POS. Dit zijn de coŲrdinaten die de FMC heeft onthouden, de laatste keer dat je vliegtuig is gebruikt. Klik op LSK 4R. Hierna staat de info van de GPS-positie op de onderste regel (scratchpad). Klik nu op LSK 5R. De positie wordt nu ingevuld in de "SET IRS Pos" vakjes en het scratchpad wordt automatisch leeggemaakt. Het kan namelijk zijn dat het toestel naar een andere gate is versleept, etc. Deze stap vertelt alleen je flight computer waar je toestel is, het lijnt de IRS niet uit. Je IRS begint nu met het daadwerkelijke proces van uitlijnen.

Sluit de FMC af door op de FMC knop te klikken op de panel switcher. Draai op je overhead paneel de IRS knoppen naar de stand NAV als de tijdindicator in je Nav display 0 aangeeft. In de komende 10 minuten zal de IRS bezig zijn zichzelf uit te lijnen. (Dit kan via het PMDG menu eventueel naar een kortere tijd worden aangepast. De overgebleven tijd zal worden getoond op je ND (Navigatie Display). Na de 10 minuten weet je vliegtuig waar het is en kan het ook detecteren waar het heen gaat. Op deze manier kunnen de vluchtcomputer en autopilot goed functioneren.

Zet alle brandstof XFEED (crossfeed) knoppen aan. De Brandstof crossfeed verdeelt de kerosine tussen de kerosinetanks. Het activeren van het systeem zorgt ervoor dat de brandstof dat in het toestel getankt wordt, nu vrij door het systeem kan lopen. Deze actie zal ervoor zorgen, aangezien je toestel redelijk volgetankt is bij vertrek, dat de XFEED knoppen aanblijven bij het starten van de motoren. Op de XFEED knoppen branden horizontale lijntjes als ze aan staan. De XFEED knoppen van motor 2 en 3 hebben beschermingskapjes. Om ze te openen moet je eerst rechtsklikken. 

Zorg ervoor dat alle brandstofpompen uit staan. Er mogen op dit punt dus geen ON lichtjes op de knopjes van de 16 brandstofpompen branden.

Zet NACELLE en WING ANTI-ICE uit.
Zet WINDOW HEAT aan.

Nacelle anti-ice zorgt voor lucht in de behuizing van de motoren, om ijsvorming tegen te gaan. Wing anti-ice zorgt voor bleed air naar de voorkant van de vleugels. Beide mogen in principe alleen aan staan als de temperatuur minder dan 10° C is en er zichtbare vocht aanwezig is. Voor de vlucht in deze handleiding is dat onwaarschijnlijk. De Nacelle anti-ice mag in principe alleen geactiveerd worden als de motoren zijn gestart. Wing anti-ice wordt in principe alleen geactiveerd na de start. 

Window heat gaat ijs en condensatie op de cockpitramen tegen. We zetten WINDOW HEAT altijd aan, omdat de temperatuur en vochtigheid tijdens de vlucht flink veranderen. Tenslotte de ruitenwissers worden alleen gebruikt als de ramen van het toestel nat zijn. (Bij de PMDG 747 zijn de ruitenwissers alleen actief in de virtual cockpit).

Zet de  YAW DAMPERS aan.

  

Yaw dampers zorgen ervoor dat de piloot en autopiloot het toestel op een rustige geleidelijke manier kunnen vliegen. Het zorgt ervoor dat de passagiers geen last hebben van allerlei aerodynamische neveneffecten bij het besturen van het vliegtuig, waardoor de vlucht enorm oncomfortabel wordt. De Yaw Damper moet tijdens de vlucht altijd aan staan. De Knoppen van de Yaw damper bevinden zich rechtsboven op je OVHD paneel. Totdat de motoren gestart zijn, zal er naast het lampje ON ook het lampje INOP branden in dit knopje. Dit komt omdat de Yaw dampers hydraulische druk nodig hebben om te functioneren. Zodra de motoren gestart zijn, zullen de INOP lampjes doven het zal het systeem zich activeren.

Draai de APU knop naar start. (2 keer rechtsklikken).  De knop zal daarna terugdraaien naar de ON positie. Maar de startimpuls is wel gegeven aan de APU motor. De APU heeft 60 seconden nodig om op te starten.

De Auxiliary Power Unit of APU is een met brandstof aangedreven (kleinere) motor die zich in de staartsectie van het vliegtuig bevindt. Het zorgt voor pneumatische druk en elektrische energie. Het zorgt ervoor dat bijna alle systemen werken, zolang de hoofdmotoren nog uit staan.  Aangezien de passagiers zo langzamerhand aan boord komen, is het een goed idee om de APU aan te zetten, zodat o.a. de airconditioning en luchtcirculatie systeem geactiveerd kunnen worden.

Zodra op de knopjes APU GEN het lichtje AVAIL gaat branden, kunnen de beide generatoren aangezet worden.

Het vliegtuig krijgt nu energie van de APU. Je zal ontdekken dat het lampje in de aft fuel tank 2 PRESS knop gedoofd is. De APU krijgt brandstof uit fueltank nummer 2. Op het moment dat de APU gestart wordt, zal de pomp van deze tank automatisch geactiveerd worden. Aangezien de EXT PWR units nu niet meer nodig zijn, zullen deze automatisch afslaan. Op de knopjes licht het woordje AVAIL nu op. Dit, aangezien externe power nog wel beschikbaar is. Wanneer je op een luchthaven staat waar externe power niet beschikbaar is, doe je de gehele vluchtvoorbereiding met de APU aan.

We beginnen nu met het instellen van de airconditioning. De systemen kun je vinden aan de rechterzijde van je OVHD panel.

De eerste instelling is PASS TEMP en FLT DECK. Deze temperatuursystemen zetten we op AUTO. Mocht het te koud of te warm worden, dan kan de temperatuur altijd nog hoger of lager gezet worden.

Zorg dat de knop TRIM AIR op ON staat. Trim air is warme lucht, die onttrokken wordt aan de motoren. Deze lucht wordt vermengd met de lucht in het toestel, zodat de temperatuur kan worden geregeld.

Zet UPR and LWR RECIRC ook op ON. Hiermee worden ventilatoren geactiveerd die zorgen voor luchtcirculatie in het vliegtuig.

Wanneer het toestel kwetsbare vracht vervoert (groenten, dieren, enzovoort) moet ook de temperatuur in de achterste cargo ruimte worden gecontroleerd. Zet hiervoor de knop AFT CARGO HT aan. Bedenk dat tijdens het vliegen de buitentemperatuur drastisch afneemt. De temperatuurregeling van de cargo ruimte mag pas worden aangezet, op het moment dat de deuren van die ruimte gesloten zijn.

Zet nu de GASPER ook op ON. De gasper zorgt voor lucht voor de luchtdouche boven de passagiersstoelen. 

Zet de APU bleed aan. (Deze bevindt zich vlak boven het woord ENGINE BLEED.) Draai de 3 PACK knoppen daar de stand NORM.
Verzeker je ervan dat de ISLN kleppen open staan. (Op de knop zie je horizontale lijnen en het woord VALVE is uit.)
Zet ENGINE BLEED op ON voor de 4 motoren.

Alle systemen zijn nu geconfigureerd zoals op dit plaatje.

Air PACKS verzorgen voor de luchtcirculatie tussen de motoren, de APU, de airconditioning en alle andere pneumatische systemen. De stand NORM zorgt voor de controle van de circulatie tussen alle 3 de airpacks.

Het openen van de ISLN kleppen zorgt ervoor dat de lucht tussen de airpacks kan circuleren.

Bleed air is lucht die van de motoren wordt geleid om het pneumatische systeem van lucht te voorzien. Op dit moment gebruiken we de bleed air van de APU om het pneumatische systeem onder druk te zetten. Zodadelijk zullen we deze bleed air ook gebruiken om de motoren te starten. Door de ENGINE BLEED aan te zetten, zal bleed air beschikbaar zijn vanaf alle 4 de motoren, vanaf het moment dat ze zijn gestart.   

De volgende stap is het programmeren van de FMC. We gaan nu de vluchtinformatie invoeren.

Open de FMC. De FMC zal nog steeds op de POS INIT pagina moeten staan. Klik op de RTE knop om de ROUTE pagina te verkrijgen.

Op deze pagina programmeer je het vluchtplan. Nadat de basisinformatie ingevoerd is, bestaat de pagina uit meerdere pagina's. (1/2 etc) Wij gebruiken het vluchtplan dat we van deze pagina hebben gedownload en op de harde schijf hebben gezet. Het is wel aan te raden, daarna de volgende pagina's met de NEXT PAGE knop eens te bekijken. Zo krijg je een kijk op hoe een vluchtplan in je FMC eruit ziet. Daarvan leer je de basisstappen om straks je eigen vluchtplan te ontwerpen of over te nemen uit het FSX vluchtplan of een ander navigatieprogramma dat je gebruikt. Wanneer je reeds zo ver bent dat je inderdaad je eigen vluchtplan kan ontwerpen, kun je uiteraard dit deel van de tutorial gebruiken en de specifieke informatie vervangen voor de eigen informatie.

Nogmaals, bedenk dat we een voorgeprogrammeerd vluchtplan gebruiken. Om zelf een vluchtplan in te vullen, raad ik je aan om ook de FMC handleiding van PMDG te raadplegen. In combinatie met deze tutorial moet je erin slagen zelf vluchten te kunnen maken. Het is makkelijker dan het eruit ziet.

Druk het knopje CLR in en houd het voor een paar seconden vast. Op je scratchpad zal alle informatie die er misschien staat, gewist worden. 

Vul (in ons geval) op je scratchpad KLAXKEDW in. Je kunt hier de letterkeys op je FMC voor gebruiken. Maar als je aan de rechterkant van de letterknoppen op het zwarte display klikt, verschijnt er rechts in je scratchpad de melding KBD. Nu kan je ook gewoon je toetsenbord gebruiken. Zorg wel dat - wanneer je klaar bent - je KBD op dezelfde manier weer uit zet. Zolang je dat niet doet, reageren de knoppen op je toetsenbord alleen op de FMC. 

Druk op LSK 3R (COROUTE) om je vluchtplan in de FMC te laden. Reallife maatschappijen maken ook gebruik van deze optie. In de FMC van een echte 747 zit een database met de gegevens van de vluchtplannen van de maatschappij. Op deze manier hoeven piloten niet iedere keer een vlucht in te voeren. Alleen - zonodig - aan te passen.  Nu worden de vertrek- en aankomst luchthaven en de waypoints in de FMC geladen. Alleen de te gebruiken Runway en het vluchtnummer moet je nog inladen in je FMC. De Coroute die wij hebben geladen is een korte vlucht van Los Angeles international airport (KLAX) naar Edwards Air Force Base (KEDW).

Druk nu op LSK 6R (ACTIVATE) en dan op de EXEC knop. Nu wordt je vluchtplan geactiveerd en de relevante informatie doorgegeven aan je flight control computer.

Druk nu op LSK 6R (PERF INIT). Je komt nu op het performance initialization of PERF INIT venster.

Elke keer als in de FMC vierkantjes verschijnen, heeft de FMC informatie nodig die jij als vliegenier moet invoeren.

Als eerste voer je het getal 15000 op het scratchpad in en drukt op LSK 1R. Onze kruishoogte in de FMC is nu 15000 voet.

In werkelijkheid moet de piloot het bruto gewicht en Zero fuel gewicht berekenen. Bij de PMDG wordt het Bruto gewicht (Gross Weight) voor je berekend. Je hoeft alleen LSK 1L in te drukken, om het in te voeren. De ZFW (Zero Fuel Weight) wordt daarna ook berekend, daarvoor druk je LSK 3L in.

Voer op je scratchpad 10 in voor RESERVES, druk daarna LSK 4L in. Je voert nu de waarde 10 in voor de brandstofreserve voor deze vlucht. Wanneer je onder deze limiet komt, krijg je automatisch een brandstofgebrek waarschuwing, ofwel een low fuel warning.

Voer op je scratchpad 100 in voor COST INDEX, druk daarna LSK 5L in. Hiermee voer je de zogenaamde COST INDEX in. De Cost index maakt gebruik van een formule die de efficiency van je vlucht bepaald. Hier wordt gekeken naar de brandstofconsumptie en tijdverbruik van je vlucht. Het getal voor de Cost index wordt bepaald door de luchtvaartmaatschappij in kwestie. Het getal 100 is in dit geval een mooi getal omdat het ons relatief snel op de plaats van bestemming brengt.

Druk LSK 6R (THRUST LIMIT) in. Je komt nu op de pagina THRUST LIMIT. De originele schrijver van deze tutorial laat alles zoals het is. De vertaler voert in ieder geval onder LSK 1L de waarde 54 in. Dit is je flex temperatuur bij de start.

Met de flextemp instelling beduvel je in wezen de thrust rating computer. Die gaat uit van een maximaal vermogen dat beschikbaar is bij de bepaalde buitenlucht temperatuur, ivm de maximaal toegestane EGT (uitlaatgas temperatuur) van de motor. Hoe hoger dus de buitenlucht temperatuur (en des te warmen de lucht die al de motor IN gat!), des te minder vermogen de motors mogen/kunnen leveren.
Door nu een hogere buitenluchttemperatuur in te stellen dan de werkelijke buitenlucht temperatuur, zal de trust rating computer het maximale vermogen dat de motor mag gaan leveren naar beneden bijstellen.
Als je een niet al te zware kist hebt en een lekker lange startbaan zoals bijvoorbeeld op Schiphol, dan wordt dit vaak gebruikt.
Het resultaat is namelijk minder brandstofverbruik tijdens de start, de motor wordt minder heet, minder slijtage en de overlast voor de buren van de luchthaven (minder herrie en minder CO2 uitstoot) is minder.
 

Druk LSK 6R (TAKEOFF) in, om de thrust setting die je nodig hebt voor de start, in te kunnen voeren.

Voer 20 op je scratchpad in en klik op LSK 1L. Je voert nu de Flapstand voor de start in. Flaps 20 is de standaard flapstand bij takeoff voor een 747. Een stand van Flaps 10 is ook mogelijk, maar dan zal het langer duren voordat je airborne bent.

Druk LSK 1R, 2R, en 3R in om je V1, VR, and V2 snelheden vast te stellen. Deze snelheden worden gebruikt als referentie wanneer je het point of no return hebt bereikt bij de start (V1), Nadat deze snelheid is bereikt, kan men de start niet meer afbreken en zal men moeten doorzetten. Het volgende snelheidspunt is het punt wanneer je moet roteren (VR). Het derde snelheidspunt is de veilige klimsnelheid (V2).

Schrijf of onthoud de V2 +15 knopen snelheid, deze heb je over enkele momenten weer nodig.

Druk LSK 4R in om je trimsetting te verifiŽren.

Ook deze waarde hebben we over enkele momenten nog nodig, dus schrijf ook deze waarde op.

Sluit de FMC en je OVHD paneel.

Je hebt nu weer zicht op je cockpitinstrumenten. Inmiddels zal je IRS uitgelijnd moeten zijn (het kan ook nog wel even duren, dat zie je vanzelf). Op je ND (Navigation Display) zie je nu je huidige heading, je positie en je vluchtplan. Door op de adjustment knop rechts of links te klikken, kan je de schaal van je ND kaart vergroten of verkleinen. De Adjustment knop zit op je  MCP (Mode Control Panel) vlak boven je PFD (primary flight display) en je ND.

Zet je F/D (Flight Director) op ON. Als je autopilot aan staat, zorgt de Flight Director waar je toestel heen gaat.  Staat je autopilot uit, dan adviseert je F/D visueel over zaken als je klimpitch en je bank hoek, zodat het vliegtuig op een veilige manier gevlogen kan worden. 

Voer je V2 + 15 knopen snelheid in op de IAS/MACH indicator op je MCP dashboard. (Rechts of links klikken op de desbetreffende knop.) Mijn FMC gaf een V2 snelheid van 144 knopen aan. Ik voer dus 159 in op de IAS/MACH indicator. Na takeoff zal je toestel een pitch vliegen om deze snelheid te verkrijgen en vast te houden.

Arm LNAV en VNAV door op de bijbehorende knoppen te klikken.  LNAV controleert de laterale bewegingen van het vliegtuig  (b.v. het volgen van de richting aangegeven in je vluchtplan) en VNAV controleert de verticale beweging van je vliegtuig. (Klimmen en dalen op een efficiŽnte en veilige manier). We 'armen' op dit moment alleen deze functies van de autopilot. Ze zullen echter niet werken, totdat de autopilot na takeoff geactiveerd is.

Zet je HDG op 249. Dit is dezelfde heading als runway 25R, die we zullen gebruiken voor de takeoff.

Zet je ALT op 10000. Normaal zet je de waarde van ALT op de hoogte waarvoor je clearance van de verkeersleiding hebt gekregen. Wij vliegen deze tutorial zonder de verkeersleiding, daarom kiezen we voor 10000 ft.

Verzeker je ervan dat de DISENGAGE bar uit staat. (De positie naar boven.)

Open je Throttle paneel door op THR te klikken op de panel switcher.

Verzeker je ervan dat de 4 fuel control knoppen op CUTOFF staan.  (De knoppen zijn naar buiten en beneden getrokken. ). Dit zorgt ervoor dat er in dit geval geen brandstof naar de motoren kan stromen.

Zet je trimsetting op de waarde die we in de FMC TAKEOFF pagina hebben overgenomen. Dit kun je doen via de 'Home' en 'End' toetsen op je toetsenbord of door de 7 en 1 toetsen op je  NUMPAD met je NumLock uit. Pas de witte staaf aan, zodat deze de trimsetting die we wensen aangeeft. Als je met je muis over de trimsetting gaat, zal de geldende waarde voor dat moment ook even in beeld komen. In mijn geval gaf de FMC een waarde van 5.5 aan.

Sluit je Throttle paneel.

Open het Communicatiepaneel door op de panel switcher op COM te klikken. Een deel van je center console met onder andere de radio wordt nu weergegeven.

Zet je AUTOBRAKES op RTO. Dit zorgt ervoor wanneer je tijdens de take off je start afbreekt, dat je toestel automatisch vol in de remmen gaat. 'Rejected Take Off braking' of RTO zet het toestel dus heel snel stil, voordat het helemaal uit de hand loopt.

Zet je TCAS knop van XPDR naar STBY/TEST (1 keer links klikken). Wacht een paar seconden, terwijl je TCAS systeem (Traffic Collision Avoidance System of in het Nederlands Anti botsing systeem) een zelftest doet. Zodra de test is voltooid draai je de TCAS knop naar de stand TA/RA. De TA/RA stand (Traffic Advisory/Resolution Advisory) waarschuwt je voor ieder vliegtuig die op een potentieel gevaarlijke koers vliegt ten opzichte van je eigen koers. Ook geeft het systeem indien nodig instructies hoe je een botsing kan vermijden.

Zet je TCAS biasing mode knop naar ABOVE. Deze stand zorgt ervoor dat vooral vliegtuigen in conflictkoers boven je toestel in de gaten worden gehouden, omdat je zodadelijk gaat starten en klimmen. Op kruishoogte zet je de biasing mode op N (normal) en tijdens de daling op BELOW.

Draai je NO SMOKING knop naar On en je SEATBELTS knop naar AUTO. De AUTO stand zet de SEATBELTS lampjes automatisch uit, wanneer je toestel 10.000 ft heeft bereikt. Als je om welke reden dan ook (Zwaar weer met turbulentie etc) de SEATBELTS zelf wil controleren, dan kan je de knop op ON zetten. Je kunt dan zelf beslissen wanneer je de knop terugzet op AUTO of OFF.

Sluit met de knop FLT DK DOOR je cockpitdeur af.

Sluit het COM paneel af.

Druk nu op de TFC knop op het EFIS (Electronic Flight Information System) Mode Control Paneel. Nu zal ieder vliegtuig in de buurt, die een potentieel gevaar voor botsing oplevert op je ND map pagina worden getoond.

Open je OVHD panel.

Open de EICAS door op de knop EICAS te klikken op je panel switcher. Het EICAS scherm en het knoppenpaneel verschijnt. Druk op de knop FUEL. Je huidige fuelconfigutatie verschijnt in beeld. Als je voor onze vlucht de brandstof juist hebt ingesteld, dan zou er kerosine in de tanks 1, 2, 3, and 4 moeten zitten. De center tanks en horizontal stabilizer tanks zouden leeg moeten zijn.

Zet op je OVHD paneel van iedere gevulde tankt de MAIN en OVRD brandstofpompen aan. Je zult merken dat er in het knopje AFT TANK 2 geen lampje PRESS brandt. Dit komt omdat de APU de status heeft aangepast. Desondanks moet je deze pomp WEL aanzetten.

Configureer je XFEED volgens deze richtlijnen:

In mijn configuratie hebben alle tanks evenveel brandstof, de tweede optie geldt dus voor mij.

Sluit de panelen van de EICAS en OVHD af.

Pushback en Startprocedure

Je toestel is nu volledig geconfigureerd voor de Pushbak en startprocedure. In deze tutorial concentreren we ons puur op de vliegvoorbereiding, het vliegen en het afsluiten van het toestel naderhand. Daarom laten we de luchtverkeersleiding buiten beschouwing voor deze vlucht. Roep ze dan ook niet aan, om te voorkomen dat er conflicterende opdrachten uit de tutorial en de verkeersleiding komen.

De passagiers zijn aan boord en we hebben volledige clearance. (nogmaals roep de ATC niet op.)

De volgende stappen zullen vrij snel achter elkaar komen, handig is om het eerst te lezen en als je tijdens de procedure het niet kan bijhouden, zet je flightsimulator dan gewoon met P even op pauze.

Sluit alle deuren. Open je EICAS paneel en klik op de knop DRS om je ervan te verzekeren dat alle deuren zijn afgesloten. 

Op je OVHD paneel zet je de BEACON lights op on. Dit geeft aan dat je toestel in beweging gaat komen en dat je de motoren zal gaan starten.

Zet Hydraulic DEMAND Pump knop 4 op AUX. Hiermee zet je een elektrische pomp aan die hydraulische druk aan systeem 4 gaat leveren tijdens het starten van je motoren.

Open je COM panel.

Klik rechts op de RST knop op het pushbackpaneel om het pushbacksysteem op te starten.

Gebruik je rechter en linker muisknoppen om de DIST (afstand) en DEG (de graden van je draaiingshoek) aan te passen. 

DISTance is de afstand in meter die je achteruit geduwd wordt.  Deg staat voor de bocht waarin je toestel na pushback wordt geduwd, met als maximum 90 graden. (Een rechte hoek). Deze hoek kan zowel naar Rechts, als naar Links. Voor een hoek van 90 graden rechts kies je R90 en voor 90 graden links L90. Het is de hoek waarin je neus zal draaien.

Wij staan op Gate I1 op KLAX. Voor ons is een DIST van 30 voor FS9 of een DIST van 12 voor FSX en met beide een DEG van L90 nodig om ons in het midden van het taxigebied te laten zetten met de neus in de richting van de hoofdtaxibaan.

Zodra je DIST en DEG hebt ingevoerd, klik dan met links op de RST knop. Je grondpersoneel wordt gewaarschuwd dat je klaar bent voor de pushback. Volg de instructies die het grondpersoneel je zal geven. Verzeker je ervan dat je op de juiste momenten je parkingbrake aan en uitzet. Het grondpersoneel zal hier om vragen.  (CTRL + . of via de parking brake knop op je throttle console.)

Zet Hydraulic DEMAND Pump knoppen 1 tot 3 op AUTO.  

 

Zet 2 van de 3 PACK selector knoppen op OFF. Dit zorgt ervoor dat de meeste lucht van de APU (en de andere motoren als ze gestart zijn) voor het starten van de motoren wordt gebruikt, in plaats van andere systemen. (Airconditioning enz..)

Zorg dat autostart uit staat. We zullen de motoren handmatig starten.
 

Verzeker je ervan dat alle throttles op idle (F1 key) staan. (Helemaal dicht.)

Open het EICAS paneel en druk op de knop ENG. Houd je EICAS ENG display open tijdens het opstarten, op deze manier kan je de gegevens van de motoren goed in de gaten houden en de brandstofkranen op het juiste moment open zetten.

Om je motoren op de juiste manier op te starten, zou je de volgende handelingen binnen 15 seconden moeten afwerken. Het is dus verstandig om dit gedeelte eerst te lezen, voordat je doorgaat met het starten van de motoren.

Trek de Engine Start Selector van motor 4 uit. Na de start zal deze automatisch weer terugspringen.

Open direct je throttle panel. Houd je N2% RPM waarde op je EICAS display in de gaten. Deze loopt nu op. Bleed air van de APU wordt nu in je motor geblazen en je turbines beginnen te draaien.

Op het moment dat de N2% RPM indicator het streepje in de kleur magenta bereikt (zo rond de 14%), zet je de fuel control switch (onder je throttle handel) op RUN. Je motor zou nu moeten opstarten en na de start 'terugschakelen' naar idle. Het blijft een prachtig geluid!

Herhaal dit proces voor motor 1. Vervolgens voor motor 2 en tenslotte voor motor 3. Als je het na een aantal vluchten een beetje door hebt, kan je proberen ze tegelijk te starten.

Wil je toch de autostart gebruiken, zet dan eerst de Fuel Control Switches op RUN, zet dan de knop autostart aan en tenslotte trek je  de Start Selector van de motoren uit die je wilt starten. De volgorde is hier ook motor 4, 1, 2 en 3.

Aanvulling van de vertalers hierbij is: De normale procedure (althans bij de KLM) is om de motoren 4 en 1 gelijktijdig te starten. Daarna worden de motoren 3 en 2 (eveneens gelijktijdig) gestart. De rechter draaischakelaar op je overheadpanel (sectie enginestart) wordt daarvoor in de positie "both"gezet. Hiervoor wordt de "autostart' methode gebruikt. Beide te starten motoren moeten wel apart worden geselecteerd! OPMERKING: Bij een hoge buitenlucht temperatuur en een lage luchtdruk. (Mexico city bv) zullen de motoren ťťn voor ťťn worden gestart.

Zet de APU-bleed uit. Rechtsonder op je overheadpaneel en wacht 30 seconden. Zet na de 30 seconden je APU uit. De motoren hebben de functie van de APU overgenomen, dus het is niet meer nodig deze te laten draaien.

Druk de knop APU bleed air uit.

Zet alle PACK selectors op NORM.

Zet Hydraulic DEMAND Pump selector 4 op AUTO.

Controleer op je main display  of er alerts of waarschuwingen zijn. Als deze er zijn, los deze dan op met behulp van je quick reference guide of je flight crew operating manual, voordat je doorgaat. Alle waarschuwingen staan in de PMDG manuals.

TaxiŽn en opstijgen

We zijn er klaar voor. Zet je TAXI LIGHT aan. Zelfs overdag is het een goede gewoonte om het taxiŽn met taxilichten aan te doen. Het maakt je toestel meer zichtbaar. (Het zal je maar gebeuren dat je een bewegend object met de hoogte van 6 verdiepingen en 230 ft lang zal missen. Dan was een bezoek aan de oogarts geen overbodige luxe geweest.)

Zet je flaps op stand 20. Het duurt ongeveer een minuut voordat de flaps volledig uit zijn, daarom is het verstandig om ze ruim voor de start te selecteren.

Ontgrendel de parking brake en taxi naar runway 25R (voor je aan de linker kant.). Tijdens het taxiŽn neem je de V1, Vr, en V2 speed nog even goed in je op. Zorg ervoor dat alle systemen juist ingesteld zijn en dat je klaar bent om te vliegen. Een goed idee is dus om je checklists die PMDG geleverd heeft, uitgeprint (misschien gelamineerd) in de buurt te hebben. (Opmerking vertaler). Aangezien we bij deze vlucht oefenen zonder de ATC draaien we de startbaan op, op het moment dat deze vrij is van al het verkeer. We lijnen netjes op de centerline uit en stoppen. (Deze stand van je toestel noemen we 'position and hold'.)

Zet je LANDINGSLICHTEN en STROBE VERLICHTING aan.

Zet je Autothrottle aan. Dit zal de autothrottle van je toestel armen. Dat wil zeggen, gereed maken voor gebruik. Verzeker je ervan dat de F/D op ON staat, startbaan heading (249) in HDG is ingevoerd, IAS een waarde heeft van V2 + 15 knopen, LNAV en VNAV gearmed zijn, en dat je altitude op 10000 ft staat. Klopt alles, dan ben je klaar om te vliegen!

Duw je throttles langzaam naar voren tot ongeveer 70% N1, klik daarna op je TO/GA knop.

De TO/GA (Take Off/Go Around) knop zorgt ervoor dat je vluchtcomputer de throttle settings controleert tijdens de start en het klimmen. De TO/GA knop is in de PMDG gelokaliseerd onder de schroef linksboven op je AFDS MCP paneel. In een echte cockpit zit deze knop op de Yoke (stuurknuppel) en activeer je het met je duim.

Tot ongeveer 80 knopen druk je zacht je Yoke (stuurknuppel) naar voren. Dit zorgt ervoor dat je neusgear (voorste landingsgestel) tegen de startbaan gedrukt blijft. Gebruik je rudder om je toestel op de centerline te houden. Als er maar iets fout gaat, zal de EICAS een waarschuwing afgeven. Trek dan direct en snel je throttle naar de nulstand en zet je motoren in reverse (F2). Als je al boven de 85 knopen rijdt, zal de autobrake direct beginnen met remmen. Zit je eronder, dan moet je zelf remmen. Los je probleem op en probeer het opnieuw.

We gaan er vanuit dat alles goed gaat. Op het moment dat de copiloot V1 roept, ben je voorbij het point of no return. Je kunt nu je start niet meer afbreken, omdat je simpelweg te snel gaat en dan bij een afgebroken start van de baan zal schieten, met alle gevolgen van dien. Je bent dus nu VERPLICHT om te gaan vliegen. Alle problemen die je nu dus tegen zal komen, zal je in de lucht moeten oplossen. De enige keer dat je na V1 toch je start mag afbreken is als je merkt dat je kist echt niet wil gaan vliegen. (bv door schade aan een stuurorgaan) Een runway overshoot is altijd minder risicovol dan een crash.

Als je copiloot Rotate roept, trek dan langzaam en geleidelijk je Yoke naar je toe. Je zal zien dat je neus de lucht in gaat en je de startbaan verlaat. Rond de snelheid V2 zal je airborne zijn, dat wil zeggen, je bent van de baan af en in de lucht.

Pas je pitch en rol zo aan dat je flight director indicators - de paars/roze lijnen op je PFD - een net kruis vormen. Probeer de lijnen exact gekruist te houden. Op deze manier zal je vliegtuig klimmen met de maximale veilige klimhoek. Zorg dat je op de heading blijft die je in je MCP hebt ingevoerd.

Zodra je los bent van de startbaan, zorg dan dat je minimaal 500 ft per minuut klimt en haal je landingsgestel naar binnen.

Klimmen en Kruisen

Haal je flaps volgens schema naar binnen. Op het moment dat het groene cijfer op je snelheidsmeter je huidige snelheid passeert, haal je de flaps op naar de stand die daar aangegeven staat. Op het bovenstaande plaatje heb ik zojuist de flaps op 20 gezet en zal ik zodadelijk de flaps op 10 zetten. We gaan hier uiteraard mee door, tot je flaps volledig naar binnen zijn.

Zodra je boven de 500 ft bent, selecteer dan 1 van de 3 A/P ENGAGE knoppen op je autopilot MCP.

Hierdoor zijn je LNAV en VNAV  van de armed status naar de actieve status verzet. Je toestel wordt nu door de autopilot gevlogen. Voor jou is en je copiloot is het nu tijd om je toestel te monitoren en de diverse checklists af te werken.

Als je landingsgestel de indicatie UP aangeeft, kan je de handel van het landingsgestel in de OFF positie zetten. Dit haalt alle hydraulische druk van het landingsgestel en verzekerd je ervan dat het landingsgestel gezekerd is in de up positie.

Bekijk je instrumenten tijdens je vlucht zorgvuldig. Je zal zien dat de autopilot hoogte, snelheid en richting controleert tijdens de voortgang van je vlucht.

Houd je autopilot en snelheid in de gaten als je toestel de hoogte van 10.000 ft bereikt en vlak trekt.

Zet nu je TAXI en LANDING verlichting uit.
Bij sommige maatschappijen is het de gewoonte om het cabinepersoneel eerst de gelegenheid te geven om hun werkzaamheden aan te vangen. Om ze een teken te geven, draai je het NO SMOKING licht uit en direct weer aan. (Opmerking van de vertaler.) Vlak daarna zet je het SEATBELTS licht uit. Als je voor de AUTO stand had gekozen, dan is deze verlichting bij het passeren van 10.000 ft automatisch uit gegaan.

Draai nu je ALT knop op 15.000 ft en druk de ALT knop in. Je hebt zojuist de autopilot de opdracht gegeven om te klimmen naar onze kruishoogte van 15.000 ft. Normaal klimt een 747 veel hoger, maar dit is een hele korte - voor een 747 een redelijk ongewone - vlucht.

Zet je TCAS BIASING mode op N. Het TCAS systeem zal nu voornamelijk kijken naar verkeer dat op een conflicterende koers vliegt rond je eigen hoogte.

Nadering en Landen

Zodra we op 15.000 ft aangekomen zijn, gaan we al weer de landing voorbereiden. Open als eerste je COM paneel.

Zet de stand van je AUTOBRAKES op 1. De landingsbaan op Edwards AFB is 15000 ft lang. Een stand 1 is meer dan voldoende.

Sluit je COM paneel.

Open je FMC.

Klik op de INIT REF knop. Je komt nu op de APPROACH REF pagina. Deze pagina adviseert je 2 flap settings met een bijhorende snelheid, die je kan gebruiken voor je approach. Wij gebruiken vandaag de flapsetting 25.

Klik op LSK 1R om de flapsetting 25 en bijhorende VREF snelheid op je scratchpad te kopiŽren.

Klik op LSK 4R om de approach flap en approach snelheid over te nemen. Nu kunnen je autopilot en flight director de juiste flapstanden en snelheidsrestricties aangeven. Onthoud je approach snelheid, want zodadelijk hebben we deze waarde nog nodig. Overigens staat deze ook onder naast je speedtape. (Vref) en loopt het woordje Vref mee, als je dichter bij je Vref speed komt. (opmerking vertaler).

(Note van de vertaler) In de oorspronkelijke tekst stond de volgende blauwe tekst niet. Daarom kun je kiezen om dit stukje alleen te lezen. Maar het lijkt me wel prettig als je het weet. Onder de knop DEP ARR kun je je nadering kiezen. We laten de naderingen (SID) aan de linkerkant van het scherm even voor wat het is. Maar aan de rechterkant van je scherm zie je de landingsbanen van de luchthaven van aankomst. Je kunt met de NEXT PAGE en PREV PAGE knop bladeren. Je kunt voor deze tutorial eventueel kiezen voor ILS22. Dat houdt in een ILS nadering voor baan 22. In deze tutorial is dit niet gedaan. Je kunt dus ook kiezen om dit niet te doen.

Klik op je NAV/RAD button. Je ziet dat naast knop LSK 4L een heading staat. Dit is de heading voor de landingsbaan. Het zou 224 graden moeten zijn voor de landingsbaan 22 op KEDW.

Sluit de FMC.

Ongeveer 10 Nm van de VCV VOR,  moet je de waarde van je ALT op 0 ft. zetten. Zorg ervoor dat je dit ruim voor je T/D (Top of Descent) indicator op je ND doet. Druk hierna op de ALT knop, waarmee je de nieuwe hoogte armed (vrijgeeft). Op deze manier zal de autopilot zijn daling op de juiste tijd inzetten. (note van vertaler) Met ATC van FS zal de ATC je een hoogte opgeven.  De autopilot zal niet dalen naar een hoogte onder de hoogte die je zojuist hebt ingegeven. Als je de VCV VOR hebt bereikt, zal je zien dat je toestel de geprogrammeerde daling zal inzetten. 

Zet je TCAS BIASING mode op BELOW.  Je TCAS systeem zal nu zoeken naar conflicterend verkeer langs je dalingspad. 

Zet je HDG op dezelfde waarde als de heading van je landingsbaan (224 degrees). Druk de SEL knop niet in. Het is alleen maar een geheugensteun en eventueel nodig voor het geval dat je de de landing moet afbreken in combinatie met je ingestelde hoogte.

Op het moment dat je de bocht inzet voor je VCV VOR (base leg) of de daling inzet moet je de IAS/MACH zetten op approach snelheid + 5 knots. De approach speed heb je net onthouden van je FMC. Om de snelheid te kunnen invoeren, zal je eerst op de IAS/MACH knop moeten drukken. Mijn approach snelheid was 148 knopen, dus ik zet de IAS/MACH op 153. Je zal merken dat je snelheid nu afneemt naar de aangegeven snelheid.

Als je alsnog te snel vliegt, krijg je een FMC waarschuwing: "DRAG REQUIRED". Dit betekent dat je met je speedbrakes de snelheid moet terugbrengen naar de juiste waarde.

Gebruik je speedbrakes (/ key) om af te remmen naar de flap 1 speed , wanneer je snelheid te hoog blijft. (Dit kan komen door een scherpe daling). Onder de 10,000 ft moet je zorgen dat je snelheid onder de 250 knopen blijft. Je snelheid moet je approach snelheid benaderen als je de bocht inzet voor je Final.

Zorg dat je de flaps op schema uitzet. Kijk hier wederom voor naar de snelheidsindicator op je PFD. Ook hier worden de flapsettings in groen op je snelheidsindicator aangegeven.

Zet je landingsgestel naar beneden. Deze kan uitgezet worden vanaf het moment dat je snelheid onder 270 knopen is, maar het zou moeten gebeuren als je de flaps op 20 zet. Maar wanneer je de bocht naar Final nadert en je snelheid is ruim boven de approach snelheid en toch onder de 270 knopen, kan je het landingsgestel ook uitzetten om te helpen snelheid te verliezen.  Zorg dat je op enkele Nm van de baan (short final) je op approach snelheid vliegt en je flaps op 25 staan.

Arm de speedbrake (Shift + /). Nu de speedbrake armed is, zullen deze activeren op het moment dat je hoofdlandingsgestel de landingsbaan raakt.

Zet je LANDING en TAXI verlichting aan.

Op het moment dat je de bocht naar final hebt gemaakt, druk je op de LOC knop en daarna op de APP knop.

LOC instrueert de autopilot om te koppelen aan de ILS localizer en deze te volgen. Je toestel zal hierdoor uitlijnen met de startbaan. APP geeft de autopilot instructies om de glideslope (glijpad naar beneden) te volgen. Op deze manier zal de autopilot je vliegtuig keurig automatisch landen. De LOC en VNAV lampjes zullen uitgaan op het moment dat je de knop APP indrukt. Alle drie de AP ENGAGE lampjes zullen nu juist aangaan. De 3 autopilots zullen de landing uitvoeren.

Zorg ervoor dat je flaps op 25 staan en dat je landingsgestel uitgeklapt is. Je toestel volgt nu netjes de ILS, dus ga er maar eens rustig voor zitten en geniet van je landing. Houd wel alles in de gaten. Je autopilot zal nu alle instellingen van je vliegtuig controleren en bedienen tot het moment van touchdown. Als je toch liever op de hand land, moet je nu je autopilot uit zetten door de DISENGAGE knop naar beneden te trekken (of de z knop in te drukken), je AUTOTHROTTLE uit te zetten en de F/D uit te zetten. Nu heb je volledig controle over je toestel. Zorg dat je toestel op approach snelheid + 5 knopen blijft en volg de ILS indicatoren op de landingsbaan.

Rond 50 ft, zal de autopilot een flare (Afvangen in het Nederlands) beginnen en zal zachtjes (als alles goed gaat) landen op ongeveer 500 ft van het begin van de landingsbaan.

Op het moment dat je landingsgestel de baan raakt, moet je weer aan het werk. Zet je throttles op idle (nul stand) en dan zet je de thrust reversers aan. (Houd de F2 knop vast) Dit betekent dat je motoren de lucht in tegenovergestelde richting blazen, waardoor je zal afremmen. De autopilot zal aan de rollout manoeuvre beginnen, wat er voor zorgt dat je toestel netjes op het midden van de baan zal blijven. Het remmen gaat automatisch, omdat je dat zo hebt ingesteld. Toch blijft het belangrijk dat je de thrustreversers hebt aangezet, omdat anders je remmen onnodig slijten en bovendien oververhit raken. Raak niets behalve je throttle en thrustreversers aan. Je toestel zal al het andere automatisch uitvoeren. 

Bij een snelheid van 80 knopen zet je de thrustreversers weer uit.

Op het moment dat je vliegtuig stil staat, het mag er ook vlak voor, zet je de autopilot, autothrottle en F/D uit. Hierboven stond de uitleg al. Nu is het vliegtuig weer terug in jouw handen en mag je aan de taxiprocedure beginnen. Op het moment dat je weer wat gas geeft, zullen de speedbrakes weer inklappen. Verlaat de landingsbaan bij de eerst volgende taxibaan en taxi naar de gate of parkeerplaats van je keuze. Dit is een enorme luchthaven, dus je hebt tijd genoeg om je overgebleven checklists af te werken.

Naar de gate taxiŽn, Parkeren en afsluiten 

Zet de flaps op 0.

Zet De AUTOBRAKES op OFF.
Zet de TCAS op STBY.

Zet LANDING en STROBE verlichting op OFF.

START de APU. Dit zorgt ervoor dat het vliegtuig energie blijft houden, als de motoren uitgeschakeld worden, tot het moment dat grond power beschikbaar is.

Zet de parking brake op het moment dat je volledig tot stilstand bent gekomen bij de gate.

Zet APU GEN 1 en APU GEN 2 aan.
Verzeker je ervan dat de APU BLEED aan staat. Dit zorgt voor de lucht flow tijdens het uitstappen van de passagiers. Zet daarna pas de ENGINE BLEED kleppen op OFF.
Zet de ENGINE hydraulic pumps op OFF.

Zet FUEL control switches op CUTOFF op het THROTTLE panel. Je motoren slaan nu af. 

Zet de seatbelt indicator uit. De passagiers mogen nu uitstappen.
Open deur nummer 1 en 2. (of 15). Of laat dit aan je cabinepersoneel over. 

Zet je BEACON lights op OFF. Dit geeft aan dat je toestel nu netjes geparkeerd staat en niet meer in beweging komt. De grondcrew kan nu aan het werk en ground power aansluiten, bagage uitladen, etc.

Ground power Zal inmiddels beschikbaar zijn. Hoewel, niet op iedere luchthaven is grond power beschikbaar. In principe schakel je altijd over naar grond power, tenzij deze niet beschikbaar is. Dan laat je de APU aan, tot je klaar bent met de shutdown checklist.

Schakel de volgende systemen uit:                                                                                                                                                                                                                                                     

YAW DAMPERS.
Hydraulic DEMAND switches.
CONT ignition.
AUTOSTART.
Alle 3 de IRS systemen.
Turn OFF L and R UTILITY.
Alle fuel pompen. Tank 2 zal aanblijven tot de APU uit is. Maar open alle XFEEDs. Dit zorgt ervoor dat de brandstof vrij door het vliegtuig kan vloeien, tijdens het bijtanken.
WINDOW HEAT.
AFT CARGO HT (als deze aanstond).
TRIM AIR.
GASPER.
OFF UPR en LWR RECIRC fans.
Alle 3 de PACKS.
APU BLEED.
APU GEN 1 en GEN 2 (indien deze aanstonden).
APU (indien deze aanstond)
EXT PWR 1 en 2 (indien beschikbaar)
Alle verlichting binnen en buiten.
Zet de STBY POWER selector op OFF.
Schakel de BATTERY uit.

Het toestel is nu cold en dark, zoals je het op KLAX aantrof. Van harte gefeliciteerd, je vlucht is voltooid!